PETIT BASSET GRIFFON VENDÉEN

Land van oorsprong: Frankrijk

Algemeen

Duivel buiten, engel in huis, dat is de Petit Basset ten voeten uit. Het is een gepassioneerde jager, die van jongs af aan goed moet worden opgevoed. Een heel goede assistent van de jager op middelgrote terreinen. Doet het erg goed op konijn, maar de petit zal geen andere prooi laten voor wat het is.

Korte historie

Heel lang had de Petit Basset Griffon Vendéen dezelfde standaard als de Grand Basset, alleen was het formaat anders (van 34 tot 38 cm)

Het resultaat in het werk was toen nog niet zo goed, omdat de petits wat aflopend waren en net zo zwaar als een Grand Basset. Daarom werd een aparte standaard gecreëerd. Het is niet langer een kleine Basset door enkel de hoogte aan te passen, maar een echte Petit is teruggebracht naar goede verhoudingen in afmetyingen en gewicht. Natuurlijk is de jachtpassie gebleven. Een meute Petits won de eerste editie van de Franse bokaal op konijn.

Petit Basset Griffon Vendéen

Officiële publicatie standaard: 9 januari 1999

FCI-classifiatie

Groep 6 Lopende en zweethonden Sectie 1.3 Kleine jachthonden. Mogelijk met werkaantekening.

Algemene verschijning

Kleine, actieve en gespierde jachthond met een licht langer lijf. Draagt de staart trots. Heeft een harde, redelijk lange vacht. Expressief hoofd, oren, niet te lang, goed naar binnen gedraaid, die bedekt zijn met lang haar en aangezet zijn onder het niveau van het oog. 

Gedrag en temperament

Gepassioneerd jager, moedig, schuwt de struiken en het water niet

Volgzaam, maar een grote will to please en gepassioneerd

 

Hoofd

  • Schedel : Licht gewelfd, maar niet te lang of te breed, goed ‘gebeiteld’ onder de ogen en de achterhoofdsknobbel goed ontwikkeld
  • Goed zichtbare stop
  • Neus: Grote, goed ontwikkelde neus, goed open, zwart, behalve de wit-oranje gekleurde, waar een bruine neus wordt toegestaan.
  • Snuit: Veel korter dan de Grand Basset maar toch lichtelijk lang en gestrekt, de snuit is vierkant aan het eind
  • Lippen: Bedekt met voldoende haar.
  • Kaak/tanden Schaargebit
  • Ogen: Vrij groot met een intelligente uitdrukking. Geen wit te zien. Geen zichtbare tweede oogleden. De wenkbrauwen staan naar voren, maar mogen de ogen niet bedekken. De ogen moeten donker van kleur zijn.
  • Oren: Soepel, smal en fijn van structuur. Bedekt met lang haar, eindigend in een licht ovale vorm, naar binnen gedraaid en net niet zo lang tot het einde van de snuit. Goed gezet onder het niveau van het oog.
  • Nek: Lang en sterk, goed gespierd, sterk aan het begin, geen nekvel, draagt het hoofd trots

Lichaam

  • Rug: recht, toplijn op één niveau
  • Lendenen: gespierd
  • Croup: Goed gespierd en vrij breed
  • Borst: niet te breed, maar vrij diep en reikend tot elleboog niveau
  • Ribbenkast: rond

Staart

Hoog ingezet, dik aan de basis, geleidelijk aflopen naar d epunt. Vrij kort, als sabel gedragen

Poten

  • Sterke bone in verhouding tot de maat
  • Schouders: Goed aangezet en gehoekt
  • Bovenbeen goed ontwikkeld, polsen licht gebogen
  • Achterhand: Dijbeen, gespierd en licht rond, Onderbeen, vrij breed, licht gehoekt, maar nooit geheel recht
  • Voeten: Niet te krachtig, harde zolen, tenen strak gezet en solide nagels. Goede pigmentatie van de zolen is wenselijk
  • Gangwerk: Heel vrij en moeiteloos.

Huid

Vrij dik, vaak gemarmerd in drie kleuren stippen. Geen keelhuid

Vacht

Ruw, maar niet te lang. Nooit zacht of wollig

Kleur

  • Zwart met witte vlekken (wart-wit)
  • Zwart met bruin gekleurde vlekken (black and tan).
  • Zwart met lichtgekleurde vlekken, wit-oranje, tricolour,

Traditionele benaming: haas, wolf, das of wild zwijn kleur. 

Afmetingen

Schofthoogte: 34 tot 38 cm.

Met een tolerantie van 1 cm meer of minder.

Fouten

Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout moet worden beschouwd, moet in verhouding staan tot de mate en het effect op de gezondheid en het welzijn van de hond

Hoofd :

  • Te kort hoofd.
  • Platte shedel.
  • Korte snuit.
  • Geen pigment op neus, lippen en oogleden.
  • Tanggebit
  • Lichtgekleurde ogen.
  • Oren te hoog, te kort, onvoldoende draaiend of ontbrekendevacht 

Lichaam :

  • Te lang of tekort, uit verhouding
  • Rug niet krachtig genoeg.
  • Schuine croup.

Staart :

  • Te lang of vervormd.

Ledematen:

  • Geen krachtige botstructuur.
  • Te weinig hoeking.
  • Geen vorm in kootjes.

Vacht :

  • Niet vol genoeg, fijn haar.

Gedrag :

  • Terughoudend.

Uitsluitende fouten

  • Overdreven angst of agressie.
  • Gebrek aan type.
  • Prognathisme (sterke over- of onderbeet).
  • Verschillend gekleurde ogen (Heterochromia).
  • Gebrek aan ruimte in het borstbeen; ribben te smal naar het onderste uiteinde toe.
  • Knikstaart.
  • Wollige vacht.
  • Geverfde vacht in zwart en wit.
  • Duidelijk zichtbare depigmentatie.
  • Afmetingen buiten de standaard.
  • Zichtbaar gebrek.
  • Anatomisch misvormd.

Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsafwijkingen vertoont, wordt gediskwalificeerd.

N.B.: Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

X